SRBSCMF - Société Royale Belge de Stomatologie et de Chirurgie Maxillo-Faciale

KBVSMFH - Koninklijke Belgische Vereniging voor Stomatologie en Maxillo-Faciale Heelkunde
Expand Print < Previous 1 2 3 4  5 6 7   Next >

PAROTISKLIER (GLANDULA PAROTIDEA)

De parotis (Gr. para-otion: naast het oor) is de grootste van de speekselklieren.  Zij heeft de vorm van een pyramide en ligt tussen de achterrand van de ramus mandibulae en de processus mastoideus.  De top van de pyramide is naar processus styloideus, dus naar mediaal, gericht.  De basis ligt naar de oppervlakte gekeerd.  Oppervlakkig breidt de parotis zich naar vóór uit over m. masseter en naar achter over m. sternocleidomastoideus.

De grenzen van de parotisloge zijn:

- vooraan: mandibula (met m. masseter op haar laterale oppervlak en m. pterygoideus medialis op haar mediale oppervlak)
- achteraan: processus mastoideus met m. sternocleidomastoideus en venter posterior van m. digastricus
- bovenaan: uitwendige gehoorgang (kraakbenig en benig) en het temporomandibulaire gewricht
- mediaal: processus styloideus en de pharynxwand; naar mediaal reikt de parotis tot bij de carotisschede

De parotis ligt ingebed in een ontdubbeling van de lamina superficialis van de halsfascia (fascia parotidea of parotiskapsel). 

De buitenste laag van deze fascia hecht bovenaan vast aan de jukboog, de kraakbenige gehoorgang en processus mastoideus en is continu met de fascia over m. masseter.  De diepe laag zit bovenaan vast aan de tympanische plaat en processus styloideus, beneden aan de kaakhoek. 

Tussen processus styloideus en de achterrrand van de mandibula is de diepe laag van het kapsel extra verstevigd: dit is het ligamentum stylomandibulare.  Dit ligament vormt tevens de fasciële scheiding tussen de parotis- en de submandibularisloges.

De afvoergang van de parotis, ductus parotideus, is ongeveer 5 cm lang.  Hij verlaat de klier aan haar voorrand en loopt horizontaal over m. masseter naar voor, ongeveer 1 cm onder de jukboog.  Vervolgens draait hij over de voorrand van de spier 90° naar mediaal.  Hij doorboort het corpus adiposum buccae en m. buccinator. 

Het corpus adiposum buccae, ook wel ‘vetkwabje van Bichat' genoemd, is een min of meer afgekapseld vetkwabje, vóór m. masseter en aan de buitenzijde van m. buccinator gelegen.  Het bestaat uit structureel vetweefsel en draagt bij aan de rigiditeit van de wang. 

Aan de binnenzijde van de wang mondt hij uit ter hoogte van de tweede molaar van de bovenkaak: papilla parotidea
Op het verloop van de ductus parotideus bevindt zich vaak een glandula parotidea accessoria.

Zenuwen en bloedvaten in en rond de parotis


N. auriculotemporalis (n. V3) loopt voor een klein gedeelte doorheen het oppervlakkige deel van de parotis.  Hij begeleidt de a. en v. temporalis superficialis.
R. anterior van n. auricularis magnus (plexus cervicalis) loopt oppervlakkig van de parotis naar boven en ligt ingebed in het kapsel. 

Naast hogergenoemde zenuwen ligt achteraan een aantal structuren ingebed in de parotis.  Van oppervlakkig naar diep zijn dit:


- n. facialis: van bij haar ontstaan groeit de parotis rond de zich vertakkende n. facialis, zodanig dat de facialistakken in het klierweefsel liggen ingebed.  Het vlak waarin n. facialis en zijn takken zich bevinden, verdeelt de parotis in een pars superficialis en profunda.  In werkelijkheid is dit zelden een echt ‘klievingsvlak'.  De takjes van n. facialis voor de mimische spieren komen ter hoogte van voor- en onderrand van de klier te voorschijn. 
- v. retromandibularis
- a. carotis externa
: bij haar intrede in de klier geeft zij de a. auricularis posterior af.  In de diepte van de klier, ter hoogte van het collum mandibulae, splitst zij in haar twee eindtakken (a. maxillaris en a. temporalis superficialis).  De a. temporalis superficialis draait achter het temporomandibulaire gewricht naar lateraal en loopt over de jukboog naar de slaapstreek.  De a. maxillaris loopt mediaal van het collum mandibulae naar de fossa infratemporalis.   De a. transversa faciei (facialis) en de a. temporalis media (= bloedvat voor m. temporalis) zijn takken van de a. temporalis superficialis, die in de diepte van de parotis aftakken en aan de voorrand van de klier te voorschijn komen. 

Bloedvoorziening 

De arteriële bloedvoorziening voor de parotis is afkomstig van de a. temporalis superficialis (r. parotideus) en van de a. facialis.  Het veneuze bloed wordt naar de v. jugularis externa gedraineerd. 

Lymfeafvoer 

Diepe cervicale lymfeknopen.

Bezenuwing

De preganglionaire parasympathische (= secretomotorische) vezels zijn afkomstig van n. glossopharyngeus (n. IX).  Na een ingewikkelde passage via de middenoorholte (n. tympanicus, plexus tympanicus, n. petrosus minor) synapteren zij in het ganglion oticum, een speldenknopgrote collectie van neuronen, vlak onder het foramen ovale en mediaal van de stam van n. mandibularis gelegen.  De postganglionaire vezels bereiken de klier zelf via n. auriculotemporalis (zie ook ‘Fossa Infratemporalis'). 

Bij ‘dikoor' of ‘bof' zwelt de parotis als gevolg van een virale ontsteking.  Doordat de klier tegen de uitwendige gehoorgang aanligt, wordt de oorlel  naar boven en buiten gedrukt.  De pijn die bij een zwelling van de parotis optreedt, wordt veroorzaakt door spanning op het kapsel.  De pijn verergert tijdens het kauwen doordat het diepe deel van de klier tegen de achterrand van de mandibula wordt aangedrukt.
De parotis kan ook zwellen als gevolg van een verstopping van de ductus, bv. door een steen.  In dat geval verergeren de pijn en de zwelling sterk bij het eten (toename van de secretie).  Een steen kan radiologisch in het licht worden gesteld door een sialografie (Gr. sialon = speeksel). 

De nauwe anatomische relatie tussen de parotis en n. facialis is een nachtmerrie voor chirurgen omwille van het gevaar dat bij chirurgische ingrepen op de parotis (verwijdering van tumoren) deze zenuw, of althans takjes ervan, worden beschadigd, met verlamming van mimische spieren als gevolg.  Bij het verwijderen van goedaardige gezwellen van de parotis kan de zenuw meestal worden vrijgedissecteerd, bij kwaadaardige gezwellen dient hij vaak te worden opgeofferd.
Bij hevige bloedingen van de a. maxillaris kan de a. carotis externa achter de parotis rechtstreeks worden bereikt en afgebonden


< Previous 1 2 3 4  5 6 7   Next >